Elisabeth van Heiningen

Ik geloof in mogen zijn wie je bent.


Zonder dat je eerst assertiever, stoerder, daadkrachtiger, of juist minder roekeloos hoeft te worden.

Zonder dat je je gevoel eerst moet verwerken, zonder dat je een betere versie hoeft te worden.

Ik geloof er namelijk in dat de versie die jij bent, vandaag, precies de juiste is.

Ook als je verdriet hebt, angst voelt, boos bent.

Ook als je geen flow voelt.

Ook als er hele nare dingen gebeurd zijn.

Jij bent goed, jij doet het goed, ook al vertelt je kritische stem je het tegendeel.

Ik geloof erin dat ons lichaam en onze emoties ons haarfijn vertellen wat we nodig hebben.

Ik heb ervaren, en ervaar nog steeds, hoe het is als we daar niet genoeg naar luisteren. Van verdriet wegdrinken, tot hard werken en me steeds aanpassen om te bewijzen dat ik de moeite waard ben als mens…. Ik deed het.

Ik geloof erin dat niemand hoeft te verdienen om gewaardeerd te worden.


We zijn waardevol, gewoon, omdat we bestaan.
Dat heb ik voor mezelf heel lang niet durven voelen, en nog steeds probeert mijn verstand me wijs te maken dat ik eerst ergens anders, daar…., moet zijn, voordat ik hier mag uitrusten.

Als een slang die haar eigen staart achterna zit.

Harder en harder ging ik. Zo vaak.

Signalen negeren, of misschien wel voelen maar niet omzetten in een tikkie langzamer durven gaan.

Het gevolg? Overwerken, geen overzicht meer hebben, hoofdpijn… tot ik uitgeput ben en gas terug moet nemen.

Eventjes, of zelfs langdurig door overspannenheid.

Ik geloof erin dat we allemaal ons eigen pad bewandelen in het leven,en we leren door alles wat we meemaken, ook de nare gebeurtenissen.

Ik geloof er ook in dat niemand anders dan jijzelf kan bepalen of iets jou een levensles geeft. En het moment dat je dat zo ervaart, bepaal je zelf.

Niemand anders kan jou dat vertellen. Niemand kan je vertellen dat je iets sneller of langzamer moet verwerken. Dat je iets achter je moet laten… door moet gaan.

Je doet niets verkeerd. Nu niet. Toen niet.

Ik geloof erin dat kinderen zich veilig horen te voelen, thuis en op school.

Ik werd gepest. Heb het altijd kleiner gemaakt dan het was “Ja maar ik werd niet in elkaar geslagen ofzo”…

Het voelde onveilig, buitengesloten, uitgelachen…

Ik was de misfit. Het buitenbeentje.

Jonger, kinderlijker maar vooral spontaan en extravert.

Onbevangen, toen nog.

Het is nooit helemaal verdwenen, dat onbevangen gevoel van – alles is zoals het moet zijn-.

Maar ik heb het vooral als ik in de natuur ben. Of hard meezing met muziek.

Alleen.

Bij mensen is dat lastiger, want daar gaan mijn alarmbellen nog steeds snel af.

Is het veilig? Moet ik me aanpassen om erbij te horen? Wat kan ik wel en niet vertellen? Mijn kritische stem gaat standaard tekeer als ik wel mijn mening geef, open ben, of naar voren stap.

En tegelijk doe ik het. Ik kan niet anders meer.

Ik geloof niet meer in “Doe maar je best, dan komt alles goed”
 

Mijn best doen, is voor mij lange tijd een manier geweest om angst te bezweren.

Angst om niet goed genoeg te zijn, om erbuiten te vallen.

En mijn ervaring van de afgelopen jaren is dat hoe meer ik probeerde om mijn leven onder controle te krijgen, hoe krampachtiger het voelde.

Er is namelijk nooit een “goed”. Het leven is niet maakbaar volgens de normen die ons verstand ons oplegt.

Nu komt die perfecte partner… nu de beste baan ever… nu het kind, en ik zal eens even laten zien dat ik dat makkelijk kan maken / baren / opvoeden.

En dan komt het leven tussendoor. Met alle pieken en dalen.

Je best doen is bullshit, was een tijdlang mijn mantra.

Omdat het mij alleen maar stress bezorgde, dat “Je best doen”.


Ik geloof steeds meer in “Je hart volgen, zonder iets aan je gedachten te moeten veranderen


In de afgelopen tijd heb ik mijn eigen kritisch verstand behoorlijk beter leren kennen dan in de jaren ervoor.

Het zegt standaard dingen over “Niet goed genoeg”, “Niet leuk genoeg”.

En dat ik harder moet werken dan ik doe.

Het kan altijd beter. Het is nooit goed genoeg.

Ik heb het ooit aangeleerd om waardering en veiligheid te kunnen ervaren. En nu, nu mag ik het opmerken, dat verstand.

Ik heb haar Conny genoemd.

En nu ze minder mijn leven bepaalt, kan ik mijn hart weer beter voelen.

Als dat kind van zes, dat rolschaatste door de buurt, stukjes opvoerde op verjaardagen, dat luidkeels zong,

en genoot van struinen op de pier, en poeren tussen stenen en zeewier.